
De meest bekende muziek van Richard Wagner is wellicht de rit van de Walküren, muziek die in de jaren 70 van vorige eeuw beroemd werd door de film Apocalypse Now van Francis Ford Coppola. Vandaag weerklinkt deze muziek opnieuw op onze radiozenders. Concrete aanleiding is de programmatie in de Muntschouwburg te Brussel van de opera Die Walküre.
Die Walküre is de tweede opera van de cyclus Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner. Deze cyclus bestaat uit 4 opera ‘s: Das Rheingold, Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung. Alles samen goed voor ongeveer 16 uren kijk- en luisterplezier. De Muntschouwburg brengt de hele operacyclus gespreid over twee operaseizoenen: Das Rheingold en Die Walküre in het seizoen 23-24 en Siegfried en Götterdämmerung in het seizoen 24-25.
In dit essay breng ik een aantal aspecten van Wagner voor het voetlicht: ‘totaalkunstwerk’, ‘leidmotief’ en filosofie. En passant heb ik het over de inhoud van de Ring.
Universeel kunstenaar
Maar vooraf wil ik wijzen op Wagners universaliteit. Wagner was en is nog steeds een universeel kunstenaar. Dat heeft te maken met de inhoud van zijn opera’s. Richard Wagner liet zich inspireren door de Antieken en meer in het bijzonder door de Griekse tragedie. De achtergrond waartegen zijn verhalen spelen mag dan Duits zijn – eigenlijk alleen maar in drie van zijn tien opera’s, de verhaalinhoud is veelal mythisch en behandelt de menselijke conditie en die is universeel. Die Walküre bijvoorbeeld kan men beschouwen als een Antigone voor de negentiende eeuw. Wagners kunst is ook tijdloos. Ze was in zijn tijd relevant, ze is het vandaag en ze zal het blijven.
Die universaliteit blijkt onder andere uit het feit dat Wagner in Frankrijk traditioneel op handen wordt gedragen. Al in de 19e eeuw zagen vele Franse kunstenaars – Baudelaire om er maar één te noemen, Wagner als modernist en als een exponent van de avant-garde. De oorlogen tussen Duitsland en Frankrijk konden het enthousiasme in Frankrijk soms wel temperen, maar na elke oorlog wakkerde het steeds weer op. Toen in 1976 in Bayreuth de 100- jarige verjaardag van de première van de Ring gevierd werd met een nieuwe enscenering was dat in een Franse coproductie van componist/dirigent Pierre Boulez en theatermaker Patrice Chereau. Men spreekt soms van de ‘Franse Ring’. Het was een enscenering die een hele generatie voor Wagner won en die voor velen tot op de dag van vandaag als iconisch geldt.
Veel inspiratiebronnen
Wat zijn nu de inspiratiebronnen van Wagners Ring? Het zijn er vele: de Duitse romantiek, de verhalen van de gebroeders Grimm, het Middelhoogduitse Nibelungenlied, de Völsunga -saga, de Oude Edda, de Noorse mythologie; Duits en Noords dus. Al deze bronnen leverden Wagner de ruwe stof voor zijn verhalen, helden en goden. Maar dat alles is eerder oppervlakkig. De diepere inspiratie haalde hij zoals vermeld bij de Antieken.
Naast componist was Wagner ook een veelschrijver. Hij produceerde een indrukwekkend theoretisch oeuvre. Zelf omschreef hij zijn eigen werk daarin als de synthese van drie invloeden. Ik vat dit samen met drie termen: het concept van het geheel, het woord, de muziek. Het concept van het geheel haalde hij uit de Griekse Tragedie. Voor wat hij deed met het woord haalde hij zijn inspiratie uit Engeland en meer bepaald bij Shakespeare. Voor de muziek richtte hij zich op Duitsland. Een uitspraak die men aan Wagner toeschrijft luidde ‘Ich glaube an Gott, Mozart und Beethoven”.
Ik ga op elk van die punten dieper is.
Griekse tragedie.
Wanneer we ons vandaag de dag in de academie voor iets inschrijven dan is dat voor één of meerdere van volgende disciplines: zang, samenzang, voordracht, toneel, een instrument, beeldhouwen, schilderen, dans, enzovoort. Maar we kunnen ons niet inschrijven voor de discipline ‘totaalkunstwerk’. Die discipline bestaat niet. Maar ze bestond wel in het Athene en het Attica van de vijfde eeuw voor Christus. De naam: tragedie. De Griekse tragedie was volgens Richard Wagner een totaalkunstwerk. Alle hierboven genoemde disciplines speelden er een rol in maar enkel met het doel het geheel te dienen en niet zichzelf. De zang van de zanger diende niet om de zanger te laten schitteren maar om bij te dragen aan het ‘totaalkunstwerk’. Dat geheel noemde Wagner ‘Gesamtkunstwerk’. Een geheel dat meer is dan de loutere optelsom van de samenstellende delen.
Daar kwam ook bij dat de Griekse tragedie zich kenmerkte door het feit dat de hele gemeenschap erin participeerde. In de tragedie reflecteerde de samenleving over zichzelf, hield ze zichzelf een spiegel voor. In die zin was de tragedie ook intrinsiek politiek, in de zin van Politiek met een grote P.
Vanaf een bepaald moment raakte deze kunstvorm in verval. De genoemde disciplines raakten van zichzelf en van elkaar vervreemd. De tragedie werd decadent en zou zich daar nooit van herstellen. In zijn tijd werd volgens Wagner de hele operascène gekenmerkt door deze decadentie. Opera was commercieel, enkel gericht op vertier en diende om zangers en zangeressen te laten schitteren, om hen de mogelijkheid te geven hun virtuositeit te etaleren. Voor Wagner kon dit niet de bedoeling zijn van opera. Bij hem is niets overbodig. In ‘aria’s’, als men bij Wagner al van ‘aria’s’ kan spreken wordt dus ook nooit iets twee keer gezongen. Er wordt nooit iets herhaald. Elk woord, elke noot, elke regieaanwijzing, alles staat in dienst van het geheel.
Wagner wilde met zijn opera ’s de Griekse tragedie doen herleven. Hij wilde de verloren gegane eenheid herstellen. En hij noemde zijn creaties niet langer ‘opera’ maar ‘muziekdrama’.
Woord
Naast de Griekse tragedie zetten twee in zijn tijd recentere ontwikkelingen Wagner op het goede spoor. Om te beginnen was er invloed uit Engeland. Vroege romantici zoals de Schlegels hadden rond 1800 Shakespeare in het Duits vertaald waardoor die heel populair was geworden in Duitsland. Shakespeare had het poëtisch drama tot een ongeëvenaarde hoogte gebracht en werd door Richard Wagner op handen gedragen. Wagner zou de teksten van zijn opera’s zelf schrijven en hij maakte er lange gedichten van. Daarin verschilde hij van de meeste andere operacomponisten die hun vaste librettisten hadden. En Wagner noemde zijn teksten niet ‘libretto’, maar ‘gedicht’.
Muziek
Maar woorden vertellen nog niet alles. Ze vertellen ons waarover het gaat maar de opgeroepen realiteit blijft uitwendig aan de oppervlakte. Willen we dieper doordringen tot gevoelde, innerlijke realiteit dan hebben we muziek nodig; muziek als taal van emoties. Dat dergelijke diepgang mogelijk was werd gedemonstreerd door Beethoven. De negende symfonie met de merkwaardige fusie van stem en woord in de laatste beweging bracht Wagner in vervoering. In zijn ‘muziekdrama’ zou Wagner het poëtisch drama van Shakespeare fuseren met de symfonische diepgang van Beethoven. Wagner omschreef zijn muziekdrama als het ‘kunstwerk van de toekomst’ en hij zag zichzelf als de ‘kunstenaar van de toekomst’.
Ik pas het hier vertelde toe op de Ring. Vooraf rijst de vraag waar de Ring over gaat.
Het verhaal van de Ring
De Ring gaat over de onverenigbaarheid van macht en liefde.
Het verhaal komt hierop neer. Om macht te verwerven verzaken goden, reuzen en Nibelungen aan de liefde. Alberich, de Nibelung, steelt het goud van de Rijn en smeedt een ring die hem de almacht geeft. Vandaar de titel ‘Der Ring des Nibelungen’ dikwijls vertaald als ‘De Ring van de Nibelung’ of ‘De Ring van de Neveling’. Op die ring rust een vloek. Wie er mee in aanraking komt sterft. Het einde van de goden en de wereld lijkt nabij. Wotan, de oppergod, zal dit trachten af te wenden en hij geeft zichzelf een opdracht: de ring terugbezorgen aan de Rijn. Dit is zowat het thema van de eerste opera Das Rheingold die geldt als een proloog op de drie volgende opera’s: Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung. In die opera’s krijgt de opdracht van Wotan zijn beslag. Omdat Wotan consequent moet zijn met zijn eigen principes – hij mag verdragen die hij eerder heeft gesloten niet schenden- kan hij die ring niet zelf terugbezorgen aan de Rijn. Iemand anders zal dat moeten doen zonder dat de indruk ontstaat dat hijzelf, Wotan dus, daar enige hand in heeft. Op aarde verwekt hij daartoe bij een sterfelijke vrouw de Wälsungen, een geslacht van revolutionaire helden. Die moeten de klus klaren. Omdat de goegemeente echter doorheeft dat Wotan achter het hele opzet zit kunnen zijn revolutionairen de klus niet klaren. Uiteindelijk zal iemand anders de verhoopte de verlossing brengen.
Muziek in de Ring
Dit is het verhaal, datgene wat borrelt aan de oppervlakte; en dat wordt ons in eerste instantie meegedeeld door woorden. Maar wat er dieper omgaat dat voelen we door de muziek. Nemen we als voorbeeld Die Walküre.
Om te beginnen biedt deze opera ons als het ware een fenomenologie van de liefde. De muziek beschrijft de liefde in al haar verschijnings- en ontwikkelingsvormen: van medelijden en sympathie over prille verliefdheid naar sensueel verlangen en vastberaden liefde. Ook – en wel zeer ontroerend en mooi, de liefde van een vader (Wotan) voor zijn dochter (Brünhilde).
Maar ook pijn wordt tastbaar. We horen en voelen de pijn en de wanhoop van de bedrogen echtgenote Fricka en de wanhoop en frustratie van de oppergod wanneer die gedwongen wordt zijn eigen zoon op te offeren. In dat laatste geval moet er gekozen worden tussen de wet of de liefde. Meer algemeen kan men stellen dat Die Walküre gaat over het conflict tussen legaliteit en legitimiteit, tussen wat de wet voorschrijft en wat al dan niet rechtvaardig/moreel is. Die keuze plaatst de protagonisten voor verscheurende dilemma’s. De muziek maakt die verscheurdheid voelbaar. Het zijn dergelijke scènes uit de Walküre die mij, in mijn studententijd, uiteindelijk gewonnen hebben voor Wagner.
Maar er is nog meer. De muziek laat ons niet alleen meeleven met de emoties van de protagonisten, de muziek laat ons ook filosofisch meedenken. Om dat te duiden sta ik eerst stil bij het leidmotief.
Leidmotieven
In Wagners ‘muziekdrama’s is de muziek ‘doorgecomponeerd’. Dit betekent dat er een stroom is van muziek die gedurende een heel bedrijf aanhoudt. Anders dan bij andere componisten – Mozart en Verdi bijvoorbeeld, waar tussen de verschillende aria’s, duetten, koren en muzikale interludia steeds een korte pauze voorzien is – stopt bij Wagner de muziek nooit. Zijn muziekdrama’s waren geen ‘nummertjes opera’s.’ Wat Wagner hier deed was in zijn tijd revolutionair.
Ook revolutionair was wat hij met het leidmotief deed. Voor Wagner hadden anderen al met leidmotieven gewerkt, maar Wagner verhief het gebruik ervan tot een echte kunst. Volgelingen van Wagner kleurden daarmee de film in Hollywood in de jaren dertig van vorige eeuw. Een mooi voorbeeld is de muziek van Max Steiner in de film King Kong uit 1933. Wat mensen als John Williams (Star Wars) en Howard Shore (The Lord of the Rings) vandaag doen is helemaal schatplichtig aan Wagner.
Een leidmotief is een melodie, een muzikaal thema dat iets wat we niet met de ogen zien toch aanwezig stelt. Zo weten we bijvoorbeeld in de film Jaws van Steven Spielberg dat er een gevaarlijke haai in de buurt is, niet omdat we hem zien, maar omdat we hem horen! Andere bekende thema’s zijn bijvoorbeeld dat van Darth Vader in Star Wars en dat van de ring in The Lord of the Rings. Om nog niet te spreken van het thema van de Hobbit.
Maar terug naar Wagner. Door gebruik te maken van leidmotieven stelt Wagner complexe situaties eenvoudig voor. Wanneer in Die Walküre Siegmund het heeft over zijn vader ‘Wolfe’ – en ‘Wolfe ‘is een schuilnaam- dan weten wij als toehoorder dat die vader van Siegmund eigenlijk de god Wotan is, omdat we op dat ogenblik het thema van Wotan horen. Wij toehoorders weten dat dan, de protagonisten en ook Siegmund zelf weten dat in het verhaal niet.
Kenmerkend voor deze leidmotieven of thema’s’ is dat zij geen loutere tekens zijn ter identificatie in die zin dat ze op zichzelf zouden staan en niets met elkaar te maken hebben. Neen, de meeste van deze muzikale thema’s ontwikkelen zich uit elkaar en op die manier ontwikkelen ze mee het verhaal. Ze vormen dus een intrinsiek onderdeel van het zich ontplooiende drama zelf. Zo is het thema van de lofzang van het goud in Das Rheingold een vrolijke melodie. Goud is mooi en wanneer het zich in zijn oorspronkelijke biotoop, op de bodem van de Rijn bevindt stemt het de toeschouwers gelukkig en vrolijk. Maar wanneer het door de Nibelung Alberich wordt gestolen en omgesmeed tot een ring die hem de almacht geeft perverteert het goud. Het thema van de lofzang op het goud krijgt een andere toonaard en met een andere instrumentatie verandert het in het dreigende thema van de macht van de ring. De pervertering waaraan het goud ten prooi valt beschrijft Wagner dus met muziek.
De schattingen van het aantal leidmotieven in de Ring lopen nogal uiteen. De wetenschap terzake is niet exact, maar de meeste commentatoren hebben het over +/- 140. Tot op zekere hoogte kunnen we in het geheel van de leidmotieven een systematiek in ontwaren. Zo hebben ze alle betrekking op ofwel een personage, een zaak, een emotie of een gebeurtenis. Voorbeelden van personages zijn Wotan, Siegfried, Brünnhilde en Freia de godin van de liefde. Voorbeelden van zaken zijn de ring, het zwaard en Wotans speer. Emoties zijn bijvoorbeeld: opwinding, woede, frustratie, angst, verliefdheid en haat. Tenslotte hebben ook bepaalde gebeurtenissen een thema: vlucht, moord, ondergang.
Vermits vele van deze thema’s transformaties zijn van eerdere thema’s is ook een tweede indeling mogelijk en dit vanuit de drie basissymbolen van het drama: natuur, macht en liefde. Die drie basissymbolen hebben alle één of meerdere oerthema’s waarvan de andere thema’s dan weer afgeleiden zijn. Voor de natuur is dat het embryonale natuurmotief dat we meteen in het begin van das Rheingold horen, voor de liefde het motief van de godin van de liefde (Freia) en voor de macht het thema van de ring. (Voor meer voorbeelden: zie op het einde van het artikel).
Daarnaast bestaan er ook nog zelfstandige motieven.
Wat muziek verder nog vermag
Keren we terug naar wat muziek vermag. Hoger stelde ik dat muziek ons bij Wagner filosofisch laat meedenken.
Een mooi voorbeeld daarvan is het volgende. Het basissymbool van de corrupte, arbitraire machtsuitoefening is de ring. Tegenover dat motief staat dat van het Walhalla als representant van de rationele, rechtstatelijke machtsuitoefening; ‘goede’ macht versus ‘slechte’ macht dus. Maar de melodie van het Walhalla is dezelfde als die van de ring. Alleen is het thema van de ring in mineur en zijn de instrumenten sinister klinkende klarinetten terwijl het thema van het Walhalla in majeur is en vertolkt wordt door bevallig klinkende hoorns en harpen. Het is Wagner zelf die ons wijst op deze gelijkenis in melodieën. Nadat in het begin van Das Rheingold de Nibelung Alberich het goud van de Rijn heeft gestolen, verzaakt heeft aan de liefde en de ring van almacht heeft gesmeed, verlegt de actie zich van de bodem van de Rijn naar het Walhalla. Dat gaat gepaard met een muzikaal interludium, (de overgang van scène één naar scène twee). Eerst horen we het melancholische thema van het verzaken aan de liefde (‘het verzakingsthema’) gevolgd door het sinistere thema van de ring. Maar vervolgens wordt het ringmotief via een zestal transformaties omgevormd tot het thema van het Walhalla. Wagner vertelt op die manier dat alle macht, ook de goedbedoelde macht corrupt is. Eén van de basisideeën van het anarchisme.
Hier wordt duidelijk dat in de Ring politieke inzichten vertaald worden in muziek. Ik ben zo vrij Der Ring des Nibelungen te omschrijven als een op toon gezet handboek politieke filosofie. Wagner componeerde zijn Ring na de revolutie van 1848, het jaar waarin ook het communistisch manifest verscheen. Kritiek op het kapitalisme is in de Ring niet ver weg. In de prélude tot het eerste bedrijf van Siegfried is dit overduidelijk. Daar brengt Wagner met behulp van drie muzikale thema’s de accumulatie van kapitaal ten gehore. Die drie thema’s zijn het motief van de ‘schat van de Nibelungen’, het motief van de ‘Nibelungen’ zelf en het motief van hun ‘slavernij’. Wagner legt die thema’s op elkaar. Terwijl de motieven van ‘Nibelungen’ en ‘slavernij’ samenklinken zwelt het thema van de ‘schat’ voortdurend aan. Het gaat luider en dreigender klinken om uiteindelijk, met de nodige decibels, te culmineren in het thema van de ‘macht van de ring’. Bedenk daarbij nog dat het motief van de schat veel weg heeft van dat van de draak en het plaatje is compleet.
De muziek al bij al dominant
Om één en ander te recapituleren: in het ‘totaalkunstwerk’ zijn alle esthetische expressies en dus ook het woord en de muziek ondergeschikt aan het geheel. Maar niettegenstaande het hele discours over het totaalkunstwerk is er één element dat toch dominant is en dat is de muziek. Geen andere opera van Wagner zal dat later beter demonstreren dan Tristan und Isolde. Die opera is ‘muziek geworden’ metafysica van Arthur Schopenhauer. Zonder meer. En muziek is daarbij het beslissende medium.
Shakespeare, maar met muziek
‘Wagner en filosofie’ dus … , de Engelse filosoof Bryan Magee schreef er een boek over van wel 370 bladzijden (‘Wagner and Philosophy’). Wagner is snoepgoed voor filosofen, maar ook voor muziekliefhebbers. Zijn muziek is wonderbaarlijk. En naast filosofie gaat het bij hem dus over alles, over het leven zoals het is. Het is, om het met de woorden van filosoof Bryan Magee te zeggen: ‘Shakespeare, maar dan met muziek’ en daardoor ook nog veel vollediger.
Regisseurs aan zet
Met Wagner kan men veel kanten uit. De ambitie om een ‘totaalkunstwerk’ te brengen werkt dit ook in de hand. In die zin is Wagner een aantrekkelijke speeltuin voor menig regisseur. Dit geldt nog meer wanneer de regisseur de bovenhand haalt op de muziek- en ander directies wat vandaag dikwijls het geval is.
Helaas springen niet weinig regisseurs slordig om met de bevoegdheid en de budgetten, die ze krijgen– opera kost geld. Zeker wanneer ze Wagner politiek beginnen te duiden.
Twee voorbeelden van hoe het niet moet.
In 2018 stond in de Munt en de Opera Vlaanderen Lohengrin op het programma. Beide producties brachten een politieke lezing. Nu is Lohengrin in mijn ogen geen politieke opera. De achtergrond heeft historisch gezien wel met politiek te maken, maar het verhaal zelf gaat over de psychologie van de relatie binnen twee koppels. Maar goed, beide producties gaven dus een politieke lezing. Daarbij was de regisseur in Brussel, de Fransman Olivier Py duidelijk de intelligentere. De regisseur in Antwerpen, de Engelsman David Alden maakte er een potje van. Hij schilderde de Duitse koning Hendrik de Vogelaar af als een fascistische geweldenaar wat hij volgens het verhaal van Wagner zelf niet is, integendeel zelfs. Wanneer regisseurs in Wagner dingen beginnen te leggen die er niet inzitten, loopt het mis.
Een ander voorbeeld uit de Götterdämmerung. Op het einde van de proloog in het eerste bedrijf zit een wonderbaarlijk triomfalistisch liefdesduet tussen Brünnhilde en Siegfried. Siegfried wil de wereld intrekken en de twee nemen afscheid van elkaar. Maar voordat Siegfried vertrekt bezingen ze hun liefde. De muziek is schitterend! Het soort van samenzang waar Wagnerfans koude rillingen van krijgen. Toen Ivo van Hove dat in de opera Vlaanderen regisseerde had hij zich voor de scène laten inspireren door de ‘Bed-In for peace’ protestactie van John Lennon en Yoko Ono tegen de Vietnamoorlog. Voor Siegfried en Brünhilde hun duet aanheffen halen ze de pers in huis. Ze gaan zitten op hun bed, zetten een passende pruik op en zingen het duet. Tranen liepen over mijn wangen. Mijn lievelingsmuziek van Wagner gecombineerd met mijn affectie voor de Beatles. Beter kon niet. In Bayreuth gaat het er dezer dagen met regisseur Valentin Schwarz heel anders aan toe. Terwijl Brünhilde en Siegfried hun lofzang op de liefde zingen wordt gesuggereerd dat zij een koppel zijn dat op scheiden staat. Een volledige anticlimax die door niets in het verhaal genoodzaakt wordt. Hier gaat de regisseur lijnrecht in tegen wat Wagner uiteindelijk bedoelt. Dat is idioot.
Niet binair
Ik nader het einde van dit essay. Over Wagner valt veel te vertellen en nog meer te nuanceren. Wagner zelf is, althans in zijn muziekdrama’s ook zeer genuanceerd. Niets is wit of zwart; er is veel grijs bij hem, de goeden zijn niet altijd goed en de slechten niet altijd slecht. Wagner is niet binair en hij is nooit moraliserend; hij houdt ons wel een spiegel voor. Maar daarin zien de toeschouwers wat ze er zelf willen in zien. In zijn politieke geschriften daarentegen, denk aan zijn virulente antisemitisme, was Wagner veel minder genuanceerd. Maar dat is stof voor een ander artikel.
Een motievenmatrix
Omdat ik in dit essay nogal uitgebreid heb stilgestaan bij de leidmotieven wil ik het afsluiten met een ‘nice to know’ over die motieven. Om de Ring goed te kunnen volgen worden soms stambomen getoond van alle protagonisten. Voor het muzikale luik heb ik zelf een soort van motievenmatrix verzonnen. Of hij correct is weet ik niet, hij staat open voor discussie. In de kolommen verwijs ik naar de drie basissymbolen van het verhaal: natuur, macht en liefde met dien verstande dat ik de macht heb opgedeeld naar de twee kanten ervan: de goede, lichte kant van de macht en de duistere, donkere kant ervan (The dark Side of the Force 😉 ).
In de rijen staan dan de elementen van het drama waar de motieven betrekking op hebben: emoties, personen, voorwerpen en gebeurtenissen.
De leidmotieven kan je op YouTube makkelijk terugvinden.
| Natuur | Macht (licht) | Macht (donker) | Liefde | |
| Emoties | Vreugde om het goud | Frustratie (van Wotan) | Haat | Liefde |
| Personen | Erda | Wotan | Alberich | Freia |
| Voorwerpen | Goud | Speer/ Walhalla | Ring/ Goudschat | Freias appels |
| Gebeurtenissen | Natuur embryonaal/ Götterdämmerung | Sluiten van een verdrag | Vloek/moord/slavernij | Vlucht |